Anorexia Nervosa

Anorexia Nervosa is een eetstoornis, daarbij is je eetgedrag verstoord en heb je een vertekend lichaamsbeeld. Anorexia heeft grote gevolgen voor je dagelijks leven en gezondheid. Lees de folder voor meer informatie.

Klik op onderstaande icoontjes om snel verder te gaan.

Anorexia nervosa - juli 24
Row wavy Shape Decorative svg added to bottom

Quote van Iris:

"Wat mij erg heeft geholpen, is het besef dat mijn eetstoornis in de weg stond van allemaal dingen die eigenlijk echt wilde doen."

Kind-bij-de-Dokter-Podcast

Podcast

7 Vragen, 7 Antwoorden en 7 Tips: Anorexia Nervosa

Fragmenten

Row wavy Shape Decorative svg added to bottom

Toptip:

"Zie de eetstoornis los van jezelf."

Kind-bij-de-Dokter-7-vragen-7-antwoorden

7 vragen, 7 antwoorden

Lees de antwoorden op veel voorkomende vragen

1. Wat is Anorexia Nervosa?

Anorexia Nervosa is een eetstoornis. Daarbij is je eetgedrag verstoord en heb je een vertekend lichaamsbeeld. Je ziet jezelf dan als dikker dan je werkelijk bent. Daarnaast ben je bang om te eten en aan te komen. Sommige mensen met anorexia willen ook veel bewegen. Hierdoor krijgt hun lichaam te weinig energie en voedingsstoffen binnen voor wat het nodig heeft. Anorexia heeft grote gevolgen voor je dagelijks leven en je gezondheid. Er zijn meerdere oorzaken van anorexia die samen een rol spelen.

2. Hoe vaak en bij wie komt anorexia voor?

Anorexia ontstaat meestal in de leeftijd van 12 tot 25 jaar. Zowel jongens als meisjes krijgen anorexia. Bij meisjes wordt het 9 tot 10 keer vaker gezien. Elk jaar krijgen ongeveer 54 op de 100.000 vrouwen anorexia. Bij jongens wordt het soms niet herkend.  

3. Hoe weet je dat je anorexia hebt?

Anorexia begint vaak zonder dat je het door hebt.

Bijvoorbeeld:

  • Je gaat meer letten op wat je eet;
  • Je wilt gezonder eten;
  • Je wilt iets afvallen;
  • Of je gaat meer sporten. 

Dit kan een gevoel van controle geven en kan prettig aanvoelen. Bij anorexia ga je ermee door, ook als het niet meer gezond is.   

Tekenen van anorexia: 

  • Eten geeft stress. Zelfs het zien en ruiken van, of praten over eten;
  • Niet eten en/of veel bewegen geeft rust en een goed gevoel. Ook als het niet goed is voor je lichaam;
  • Eten in het bijzijn van anderen is moeilijk. Je gaat liegen over eten. Soms ontwikkel je eigen rituelen of regels, bijvoorbeeld heel langzaam eten; 
  • Je wilt zoveel mogelijk afvallen door bijvoorbeeld te bewegen, te braken of maaltijden over te slaan; 
  • Je gewicht is een obsessie. Je wilt steeds minder wegen en bent bang om aan te komen. 

4. Hoe weet de dokter dat je anorexia hebt?

De dokter stelt vragen aan jou en je ouders om te weten hoe het met je gaat. Bijvoorbeeld:  

  • Wat er is veranderd op het gebied van eten en bewegen? Hoe gaat dat nu?;
  • Hoe denk je over eten en bewegen? En over hoe je lichaam eruitziet?;
  • Is je gewicht veranderd? Of wil je afvallen?;
  • Heb je klachten die bij een energietekort voorkomen? Heb je moeite met concentreren? Heb je het vaak koud? Of heb je last van haaruitval, buikklachten of obstipatie?;
  • Hoe vaak ben je (nog) ongesteld?;
  • Hoe zit je in je vel? Hoe gaat het thuis en op school? Zijn er spanningen of vervelende gebeurtenissen uit het verleden waar je mee rondloopt?;
  • Zijn je familieleden gezond? Komen er lichamelijke of mentale klachten in je familie voor?  

De dokter wil ook graag weten hoe het lichamelijk met je gaat. Hiervoor onderzoekt de dokter je en kijkt naar je gewicht, lengte, temperatuur, hartslag en bloeddruk. Vaak is er aanvullend onderzoek nodig, zoals bloedonderzoek en een hartfilmpje.  

Met deze informatie kan de dokter inschatten of er bij jou sprake is van een energietekort en hoe ernstig dit is.

5. Wat kun je doen als je anorexia hebt?

Wat je zelf kan doen


Neem iemand in vertrouwen en zoek hulp! Ook als je dit eng of spannend vindt. Het is normaal om hier een dubbel gevoel bij te hebben: je weet dat het niet goed met je gaat en je hulp nodig hebt. Maar aan de andere kant wil je door je eetstoornis niet dat iemand zich ermee bemoeit.

Hoe sneller je hulp zoekt en stappen neemt om tegen de eetstoornis in te gaan, hoe beter. Hiermee voorkom je ernstige gevolgen voor je lichaam nu en later. Je dokter kan je helpen om signalen te herkennen en je de juiste weg te wijzen. Ook online is er goede informatie te vinden over eetstoornissen of hulp hierbij (zie verder in deze folder tip 7 voor goede websites). Het kan fijn zijn om met iemand te praten die zelf een eetstoornis heeft gehad en is hersteld.  

Wat kan je als ouder doen als je (denkt dat je) kind anorexia heeft?
  • Lees over eetstoornissen. Dit helpt om de eetstoornis en je kind beter te begrijpen. Er zijn diverse websites en boeken met handvatten voor ouders (zie ook tip 7 verderop in deze folder);
  • Praat met andere ouders die hetzelfde hebben meegemaakt;
  • Wees streng tegen de eerstoornis, maar zacht en liefdevol naar je kind. Zie de eetstoornis los van je kind. Maak contact met het gezonde deel van hem of haar. Toon oprechte interesse, straal vertrouwen uit en zorg ervoor dat je kind zich veilig voelt;
  • Besef dat eetmomenten stressvol zijn. Bespreek met elkaar wat helpende dingen zijn om bijvoorbeeld tijdens het eten te zeggen;
  • Zit als ouders op één lijn. Je kind heeft baat bij duidelijke afspraken die thuis, op school en in de hulpverlening worden nageleefd;
  • Sta als ouders open voor begeleiding en advies. Dat kan jullie goed helpen. Behandeling is vaak niet alleen gericht op degene met de eetstoornis, maar op het hele gezin.

Anorexia kan het beste worden behandeld door een team met een dokter, GGZ-behandelaar en een diëtist. Ze hebben alle 3 een andere rol bij je behandeling. 

De dokter

De dokter houdt je lichaam in de gaten. Meestal kan dit gewoon op het spreekuur. Alleen als je gezondheid in direct gevaar is, is opname in het ziekenhuis nodig. De dokter kan uitleg geven over de rol van bewegen, eten en drinken op de groei en werking van je lichaam (zie ook vraag 6). Samen kun je zoeken naar motivatie om weer gezond te worden.  

Bijvoorbeeld: 

  • Goed blijven groeien;
  • Sterk worden voor sportdoelen;
  • Sterke botten houden;
  • Mooie haren hebben;
  • Weer ongesteld worden.  
GGZ-behandelaar

De GGZ-behandelaar is een hulpverlener die veel weet over gedachten, gevoelens en gedrag. Bij de GGZ werken bijvoorbeeld psychologen, psychiaters en sociotherapeuten. De behandelaar gaat met je in gesprek en bekijkt waarom dingen soms moeilijk voor je zijn. Je kunt eraan werken om niet-helpende gedachten of ongezonde patronen om te zetten naar gedachten of handelingen die je helpen of beter maken. Deze gesprekken kunnen met jou alleen zijn, maar vaak ook met je hele gezin. De behandeling kan bestaan uit wekelijkse afspraken op de poli. Soms zijn dagelijkse afspraken bij een dagbehandeling of een opname in de kliniek nodig. Ook krijg je soms medicatie, bijvoorbeeld om je rustiger of minder somber te voelen. 

 

Diëtist

De diëtist is iemand die alles weet van voeding en de voedingstoffen hierin. Een diëtist berekent hoeveel energie in eten en drinken jij nodig hebt. Daarnaast krijg je ondersteuning bij het aanpakken van verwarrende gedachten over eten. De diëtist geeft tips hoe je het best voldoende energie binnen kunt krijgen. Vaak is dit met behulp van een eetlijst. Ook berekent de diëtist wat voor jou een gezond gewicht is.  

6. Wat kun je nog meer verwachten?

Energie tekort

Als je minder energie binnenkrijgt via eten en drinken dan je lichaam nodig heeft, gebruikt je lichaam energie uit je reserves. Je lever maakt suiker vrij, spieren worden omgezet in eiwitten, calcium komt vrij uit je botten. Je breekt je eigen lichaam af. Als je reserves uitputten, krijg je een energietekort en gaat je lichaam gaat in de spaarstand. 

 

Spaarstand

In de spaarstand werken je hersenen minder goed. Daardoor word je trager. Je kunt je moeilijker concentreren en bent sneller geprikkeld. Je wordt angstig, somber of meer naar binnen gekeerd. Er is ook minder energie voor leuke dingen. Je voelt je sneller eenzaam of wordt onzeker. De eetstoornisgedachten nemen steeds meer ruimte in. Ook in slaap komen kan moeilijk zijn.  

Door het energietekort gaan je spijsvertering, temperatuur, hartslag en bloeddruk omlaag. Vaak ontstaan klachten van vermoeidheid, koud voelen, haaruitval, duizeligheid, verminderde spierkracht, vol gevoel na eten en problemen met poepen (obstipatie). Ook de aanmaak van hormonen verandert, waardoor je stopt met groeien of niet meer ongesteld wordt.  

Acute problemen

Acute problemen kunnen direct schade geven aan je lichaam. Hiervoor moet je in het ziekenhuis worden opgenomen.

Dit is bijvoorbeeld bij:  

  • Een lage bloedsuiker. Daardoor kan je wegvallen of epileptische aanvallen krijgen; 
  • Een lage hartactie. Daardoor heb je een hoge kans op hartproblemen. 

Deze problemen herstellen vaak snel als het lukt om voldoende energie binnen te krijgen via eten en drinken. Schade door acute problemen herstelt niet altijd, zoals hersenbeschadiging door lage bloedsuiker of nierproblemen bij ernstig vochttekort.  

Langdurige problemen

Landurige problemen merk je niet direct.

Zoals:

  • Je botten worden minder sterk;
  • Je stopt met groeien;
  • Je hersenen ontwikkelen zich minder goed;  

Deze problemen zijn vaak blijvend. Hiervoor geldt dat hoe langer en hoe ernstiger je ondervoed bent, hoe groter de lichamelijke schade. 

7. Is anorexia bij iedereen even erg?

Anorexia is niet bij iedereen even erg. Welke gedachten er zijn, welke invloed het heeft op het dagelijks leven en op het lichaam kan erg verschillen. Over het algemeen geldt: hoe sneller de eetstoornis wordt herkend en gestopt, hoe minder ernstig de ziekte verloopt.  

Goede begeleiding en voldoende energie zijn belangrijk om te herstellen en weer gezond te worden. Gemiddeld duurt het 4,7 jaar voordat iemand hersteld is. Volledig herstel lukt bij 6 op de 10 jongeren met anorexia. 1 op de 5 jongeren met anorexia blijft last houden van de eetstoornis. Toch lukt het ook hen vaak om mee te doen in de maatschappij, zoals een opleiding volgen, vriendschappen en relaties hebben en werken.  

Kind-bij-de-Dokter-7-tips

7 tips

Artsen geven 7 tips aan ouders en kinderen

Tip 1: Zoek hulp

Neem een volwassene in vertrouwen. Dit kunnen je ouders zijn, je huisarts, iemand op school of bijvoorbeeld een sportcoach. Als je het spannend vindt, kun je zeggen dat je het moeilijk vindt om dit te vertellen. En dat je het fijn vindt als diegene eerst echt even luistert.

Tip 2: Je eetstoornis is niet wie je bent

Zie de eetstoornis los van jezelf. Het is niet wie je bent. Het is iets waar je tegen moet strijden om weer jezelf te kunnen zijn, om alles te kunnen doen en gezond te worden.  

Tip 3: Wees lief en mild voor jezelf

Wees lief en mild voor jezelf. Als je een eetstoornis hebt, ben je vaak erg streng en kritisch voor jezelf. Er gebeuren ook goede dingen en er is meer dan alleen je eetstoornis.

Tip 4: Praat erover!

Laat weten wat voor jou helpend is en wat niet. Praten met iemand die is hersteld van een eetstoornis kan heel fijn en hoopvol zijn. Dat kan een ervaringsdeskundige coach zijn of iemand in een inloophuis of online chat. Weet dat je niet alleen bent en dat herstellen van een eetstoornis mogelijk is. 

Tip 5: Zorg voor je lichaam

Focus op doelen die je helpen om gezonder te worden. Voorbeelden zijn: meer energie hebben, weer groeien, weer ongesteld worden, sterkere spieren krijgen of je beter kunnen concentreren op school. 

Tip 6: Social media

Ontvolg social media–accounts die de eetstoornis erger maken (bijvoorbeeld over diëten, beauty of fit–boys/–girls). Volg accounts die je een fijn gevoel geven, zoals kattenfilmpjes of grappige content.

Tip 7: Internettips

Niet alle online informatie is betrouwbaar. Deze websites en video’s geven goede informatie:

Websites:

  • Steun en support van K-EET: veel informatie over eetstoornissen door ervaringsdeskundigen en hulpverleners:
    • De website firsteetkit;
    • Document, met tips, contactinformatie, websites, informatie over inloophuizen voor Patiënten, ouders/naasten, en zorgverleners ;
  • Stichting Kiem: Veel informatie en tips voor alle betrokkenen, ouderbijeenkomsten, thema-avonden en scholing;
  •  Online psycho-educatielessen en hoopvolle verhalen van ervaringsdeskundigen Wachtnietlanger:
  • Informatieve websites, ervaringsverhalen en chat-mogelijkheden op Proud2Bme.nl, 99gram en Contact – Stichting JIJ (stichting-jij.nl)

Video’s:

Row edge-slant Shape Decorative svg added to top
Row edge-slant Shape Decorative svg added to bottom
Kind-bij-de-Dokter-Folder-WhiteBG

Folder

Een folder over dit onderwerp downloaden

Row wavy Shape Decorative svg added to bottom

Auteurs
Imke van Kessel, kinderarts sociale pediatrie, Amphia ziekenhuis
Annemarie van Bellegem, kinderarts sociale pediatrie, Amsterdam UMC
Joris van Driel, kinderarts Isala
Tamara Berends, verpleegkundig specialist, Altrecht eetstoornissen Rintveld
Lieke Noordink, programmacoördinator van Stichting Kiem, ervaringsdeskundige
Chernique Straathof, diëtist, LEVVEL Amsterdam
Gerdine Kamp, kinderarts Tergooi MC 

Illustraties en vormgeving
Moniek Veldhuis, kinderarts in opleiding, Amsterdam UMC (@MoniekLegtUit)
Julia Groenveld, arts-assistent chirurgie, OLVG Amsterdam
Marleen Groenveld, arts-onderzoeker, Amsterdam UMC

Redactie 
Femke Noordink, Moving Stories