Afwijkende hielprik: Adrenogenitaal Syndroom

De hielprik wordt afgenomen in de eerste week na de geboorte van een kind. Een afwijkende uitslag van de hielprik kan betekenen dat jouw kind één van de 27 ziekten van de hielprik heeft. Het adrenogenitaal syndroom is een van deze ziektes. Bij adrenogenitaal syndroom maakt je kind te veel of te weinig hormonen aan. De hormonen van je kind zijn bij AGS niet goed in balans. Lees verder voor meer informatie over de afwijkende hielprik uitslag AGS.

2
Row wavy Shape Decorative svg added to bottom
Kind-bij-de-Dokter-Podcast

Podcast

Over dit onderwerp is geen podcast beschikbaar.

Fragmenten

Row wavy Shape Decorative svg added to bottom

Kind-bij-de-Dokter-7-vragen-7-antwoorden

7 vragen, 7 antwoorden

Lees de antwoorden op veel voorkomende vragen

1. Wat is een afwijkende hielprik?

In de eerste week na de geboorte krijgt je baby een prikje in zijn of haar hiel, om wat bloed af te nemen. Het bloed wordt onderzocht om bepaalde zeldzame ziekten meteen op te sporen. Dit gaat om 27 verschillende ziekten. Zo kan je kind snel en goed behandeld worden als dat nodig is. Dit is heel belangrijk voor de gezondheid en ontwikkeling van je kind.

Bijna alle ziekten die met de hielprik worden gevonden zijn erfelijk. Vaak zijn beide ouders drager, waardoor het kind de ziekte krijgt. Meestal weet je dan niet dat je drager bent, omdat je hier niets van merkt.

De uitslag van de hielprik kan om drie redenen afwijken.

Te weinig bloed

Om het bloed goed te kunnen onderzoeken, moet er genoeg bloed in de vakjes op de hielprik-kaart zitten. Is dat niet zo? Dan krijgt je baby nog een keer een hielprik. Dit gebeurt binnen één werkdag.

Onduidelijke uitslag

Als de uitslag niet duidelijk is, neemt het RIVM contact met je op. Je baby krijgt zo snel mogelijk een tweede hielprik. De uitslag hiervan krijg je binnen twee weken.

Afwijkende uitslag

Bij een afwijkende uitslag neemt je huisarts dezelfde dag nog contact met je op. Je kind heeft dan misschien één van de 27 ziekten van de hielprik. Of je kind is drager van één van de ziekten. Maar dat is nog niet zeker. Dit weet je pas als je kind is onderzocht in het ziekenhuis.

Deze ziekten worden via de hielprik onderzocht:

  • Hormoonziekten;
  • Bloedziekten;
  • Stofwisselingsziekten;
  • Ziekten van de hersenen, zenuwen en spieren;
  • Longziekten;
  • Afweerziekten

We behandelen de andere vragen in 9 aparte folders. Hierin geven we antwoord op vraag 2 tot en met 7, per ziekte en krijg je meer informatie over de ziekte die je kind zou kunnen hebben.

2. Wat is Adrenogenitaal Syndroom?

Bij Adrenogenitaal Syndroom, of AGS, maakt de bijnier van je kind te veel of te weinig hormonen aan. Een gezonde bijnier maakt verschillende soorten hormonen aan. Dit zijn stresshormonen (cortisol), zouthormonen (androsteron) en geslachtshormonen (androgeen). Bij AGS maakt de bijnier te weinig stresshormoon en te veel geslachtshormoon aan. Soms maakt de bijnier ook te weinig zouthormoon aan. De hormonen van je kind zijn bij AGS niet goed in balans.

3. Hoe vaak heeft een kind AGS bij een afwijkende uitslag?

2 op de 3 kinderen hebben AGS bij een afwijkende uitslag.

4. Wat kun je verwachten als je kind een afwijkende uitslag krijgt voor AGS?

Je huisarts verwijst je kind dan door naar de kinderarts-endocrinoloog (kinder-hormoondokter). Die werkt in een academisch ziekenhuis bij jou in de regio. De afspraak is zo snel mogelijk, in ieder geval binnen drie dagen.

5. Waar kijkt de dokter naar?

De kinderarts-endocrinoloog zal je kind goed onderzoeken. De dokter let dan op tekenen van stress- en zouthormonen die niet goed in balans zijn. Ook stelt de dokter vragen, zoals:

  • Drink je kind goed?;
  • Hoe goed groeit je kind?;
  • Spuugt je kind?;
  • Of is je kind slap?

Bij AGS maakt de bijnier te veel geslachtshormoon aan. Sommige baby’s met AGS hebben een onduidelijk geslacht. Ook hier kijkt de dokter naar.

De dokter neemt opnieuw bloed af bij je kind voor onderzoek naar de zouten en bijnierhormonen. Soms krijg je de uitslag al dezelfde dag, soms moet je iets langer wachten. De dokter beslist of je kind in het ziekenhuis blijft, of naar huis kan. In dat geval komt je kind voor controle naar het ziekenhuis en maakt de dokter afspraken over wanneer je contact moet opnemen. De dokter geeft ook uitleg over welke onderzoeken er komen en wat je verder kunt verwachten.

6. Hoe ziet de toekomst eruit als je kind AGS heeft?

AGS is goed te behandelen als de ziekte snel duidelijk is. Als de behandeling meteen start, kan je kind zich normaal ontwikkelen. Je kind zal onder controle blijven van de kinderarts-endocrinoloog. Die houdt de groei en ontwikkeling in de gaten en controleert regelmatig de hormonen in het bloed. Je kind moet levenslang behandeld worden met hormonen.

7. Waar kun je terecht voor meer informatie?

Bezoek deze websites voor betrouwbare informatie:

Kind-bij-de-Dokter-7-tips

7 tips

Artsen geven 7 tips aan ouders en kinderen

Tip 1. Neem contact op met je huisarts

Maak je je zorgen over je kind? Neem dan altijd contact op met je huisarts;

Tip 2. Zorg goed voor jezelf

Knuffel veel met je baby in deze onzekere periode. En zorg ook goed voor jezelf!

Tip 3. Het inloopspreekuur van het consultatiebureau

Als je twijfelt of je kind niet goed groeit of drinkt, kun je je kind wegen op het consultatiebureau. Op iedere locatie is er een wekelijks inloop- en weegspreekuur.

Tip 4. Maak een lijstje

Maak een lijstje voor de dokter met vragen en dingen die je opvallen aan je kind.

Tip 5. Bereid je voor op je afspraak

Neem de informatie van de verloskundige en kraamzorg mee bij de eerste afspraak in het ziekenhuis.

Tip 6. Loop niet te ver op de zaken vooruit

Zoek pas meer informatie op als je weet dat je kind de ziekte heeft.

Tip 7. Internettips

Op zoek naar betrouwbare informatie? Ga dan naar de website van het RIVM of naar de websites via de links in deze folder (zie vraag 7).

Row edge-slant Shape Decorative svg added to top
Row edge-slant Shape Decorative svg added to bottom
Kind-bij-de-Dokter-Folder-WhiteBG

Folder

Een folder over dit onderwerp downloaden

Row wavy Shape Decorative svg added to bottom

Auteurs

Dr. G. M. Feld, ANIOS Kindergeneeskunde, Amsterdam UMC (alle folders)

Dr. R. S.N. Linssen, AIOS Kindergeneeskunde Amsterdam UMC (alle folders)

Dr. N. Zwaveling- Soonawala, Kinderarts-endocrinoloog Amsterdam UMC (CH, AGS)

Prof. Dr. A.S.P. van Trotsenburg, Kinderarts-endocrinoloog Amsterdam UMC (CH, AGS)

Prof. Dr. A.M. Bosch, Kinderarts metabole ziekten Amsterdam UMC (metabole ziekten, ALD)

Dr. S. van de Stadt, AIOS neurologie, Erasmus MC (ALD)

Dr. M. Engelen, Kinderneuroloog, Amsterdam UMC (ALD)

Dr. H. Heijboer, Kinderarts-hematoloog Amsterdam UMC (Sikkelcelziekte, Thalassemie)

Dr. R. Wadman, Neuroloog UMC Utrecht (SMA)

Prof. Dr. W.L. van der Pol, Neuroloog UMC Utrecht (SMA)

Mw. M. van der Burg, Associate Professor Primary Immunodeficiencies LUMC (SCID)

Dr. P. van Dijkhuizen, Kinderarts, Tergooi MC (SCID)

Dr. K. de Winter, Kinderlongarts WKZ (CF)

Drs. C.D. de Jong, Huisarts regio Utrecht (alle folders)

Dr. G.A. Kamp, Kinderarts, Tergooi MC (alle folders)

Redactie:

Femke Noordink, Moving Stories

Vormgeving:

Drs. Julia Groenveld, basisarts chirurgie, OLVG, Amsterdam

Drs. Marleen Groenveld, arts-onderzoeker, AmsterdamUMC

Drs. Moniek Veldhuis, kinderarts in opleiding, Amsterdam UMC (@MoniekLegtUit)

Met dank aan

Dr. B. Arets, Kinderlongarts WKZ

Dr. H. ter Horst, Jeugdarts KNMG, Medisch adviseur Rijksvaccinatieprogramma RIVM

E. Elsinghorst, Sr. Programmamedewerker communicatie en deskundigheidsbevordering hielprikscreening RIVM