Vaak verkouden
Veel ouders herkennen het: een kind dat keer op keer verkouden is. Maar wanneer is vaak verkouden zijn nog normaal, en wanneer is het verstandig om contact op te nemen met de dokter?
In deze aflevering vertelt Sonia (13 jaar) samen met haar vader hoe het is om vaak verkouden te zijn en welke invloed dit heeft op haar dagelijks leven, school en gezin. Medisch expert, Dr. Mischa Koenen, kinderarts in opleiding en Dr. Sietse Nagelkerke, kinderarts, infectioloog en immunoloog, zijn ook te gast. Samen bespreken zij wat een verkoudheid is en waarom sommige kinderen vaker verkouden zijn dan andere kinderen. Ook wordt uitgelegd waar de dokter op let en wat ouders zelf kunnen doen om hun kind te ondersteunen.
Podcast
Fragmenten
7 vragen, 7 antwoorden
Lees de antwoorden op veel voorkomende vragen
Bij een verkoudheid zijn de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen van de neus en/of keel ontstoken. Het slijmvlies aan de binnenkant zwelt op en maakt meer snot aan. Daardoor raakt de neus verstopt en kan je kind gaan hoesten. Soms met koorts, maar niet altijd. Je kind kan ook alleen last hebben van niezen en/of keelpijn.
Hoe word je verkouden?
Een verkoudheid komt meestal door een virus, en soms door een bacterie. De ziekteverwekker verspreidt zich via druppeltjes in de lucht of via de handen. Omdat de neus, keel en oren met elkaar verbonden zijn, kan je kind ook keelpijn en oorpijn krijgen. Er bestaan veel verschillende verkoudheidsvirussen, dus je kind kan meerdere keren per jaar besmet raken. Tot de leeftijd van 2 jaar is het normaal dat je kind tot wel 11 keer per jaar verkouden is.
Een jong kind maakt veel verkoudheden door. Iedere verkoudheid maakt de weerstand, ook wel afweer genoemd, sterker. Hoe ouder je kind wordt, hoe beter het lichaam van je kind virussen en bacteriën herkent. Hier bouwt het weerstand tegen op, waardoor je kind minder vaak ziek wordt.
Hoe bouw je weerstand op tegen virussen en bacteriën?
Kinderen die naar de opvang gaan, of veel zussen en broers hebben, worden vaker verkouden. Via andere kinderen krijgen ze met meer ziekteverwekkers te maken. Dat kan vervelend zijn. Maar spelen met anderen is belangrijk voor ze. En ze bouwen er ook nog eens een goede weerstand mee op.
Heel af en toe kan het zo zijn dat je kind een afweerstoornis heeft. Dit is een ziekte waarbij je kind geen normale weerstand kan opbouwen. Gelukkig is dat heel zeldzaam. Maak je je hier toch zorgen over, en zijn hier aanwijzingen voor, dan kan de dokter hier onderzoek naar doen.
Dit plaatje laat zien hoe gezonde weerstand wordt opgebouwd, en hoe het gaat als deze verstoord is.
Normale weerstand
Bij elke infectie, zoals een verkoudheid, komt het afweersysteem van je kind in actie. Vanaf de geboorte heeft je kind een basis-weerstand, vooral tegen bacteriën. Deze basis-weerstand wordt gevormd door een bepaald soort witte bloedcellen, ook wel neutrofielen genoemd (zie de soldaatjes in plaatje A). Ze zijn belangrijk voor het uitschakelen van bacteriën. Maar tegen virussen kunnen ze niet veel doen.
Naast de basis-weerstand, krijgt je kind stukje bij beetje ook een ‘gespecialiseerde’ weerstand (zie plaatjeB). Bij een verkoudheid of andere infectie gaat dit in werking. Die weerstand bestaat uit een ander typewitte bloedcellen, de lymfocyten (zie de boogschutters in plaatje B).
Er zijn veel verschillende lymfocyten. Die kunnen allemaal één soort virus of bacterie herkennen en die vervolgens heel precies uitschakelen. Dit doen ze bijvoorbeeld door antistoffen aan te maken, die het virus of de bacterie uitschakelen. Lymfocyten moeten wel eerst geactiveerd worden. Dit gebeurt als je kind een infectie heeft met het virus of de bacterie die zij goed kunnen herkennen. In het plaatje kan je dit zien aan de kleur van de helm. Een boogschutter (lymfocyt) met bruine helm herkent een bruin virus.
Zo werkt dat ook bij vaccinaties. Is een lymfocyt in het lichaam van je kind geactiveerd, dan ‘onthoudt’ de cel het virus of de bacterie. Dit noemen we het geheugen van het afweersysteem. Daardoor wordt je kind de tweede keer minder of zelfs helemaal niet ziek van hetzelfde virus of dezelfde bacterie.
Afwijkende weerstand
Werken de neutrofielen (soldaatjes in plaatje C) niet goed, of zijn ze er niet? Dan heeft het lichaam van je kind meer moeite om bacteriën de baas te worden. Je kind wordt dan sneller ziek, en een ziekte gaat minder makkelijk vanzelf over. Antibiotica is vaker nodig.
Als de lymfocyten (boogschutters in plaatje D) de virussen of bacteriën niet goed kunnen herkennen of minder antistoffen aanmaken, bouwt je kind geen goede weerstand op. Je kind blijft dan langer ziek. Ook kan het op een later moment opnieuw ziek worden van hetzelfde virus, doordat er geen ‘geheugen’ wordt opgebouwd.
Eerst zoekt de dokter uit wat de klachten zijn en waarom je kind zo vaak verkouden is. De dokter kan de volgende vragen stellen:
Welke klachten heeft je kind?
- Heeft je kind een snotneus of loopneus?
- Hoest of niest je kind veel?
- Heeft je kind keelpijn of is hij/zij hees?
- Is er koorts?
- Heeft je kind oorpijn of een loopoor (dan komt er vocht uit het oor)?
- Heeft je kind last van benauwdheid of een piepende ademhaling?
Wat is het patroon en de ernst van de klachten?
- Hoeveel keer per jaar is je kind verkouden?
- Wanneer komen de verkoudheden vooral voor? (zomer, herfst, winter, lente)
- Hoe verloopt dit? Heeft je kind er vaak koorts bij? Moeten er soms antibiotica worden gegeven? Is ziekenhuisopname of een bezoek aan de spoedpost nodig geweest?
- Hoelang duren de klachten?
- Is het kind tussen de verkoudheden door klachtenvrij?
Andere belangrijke informatie over jouw kind:
- Gaat je kind naar de kinderopvang?
- Zijn er gezinsleden die vaak verkouden zijn?
- Is je kind al eerder bij een KNO-arts (keel-, neus- en oorarts) geweest?
- Gebruikt je kind medicijnen?
- Komt het kind in een omgeving waar gerookt wordt? Wordt er in huis of buiten gerookt? Is er een houtkachel thuis?
- Gaat het eten en drinken goed?
- Hoe slaapt je kind?
- Groeit je kind goed? (Neem het groeiboekje mee!)
- Krijgt je kind de vaccinaties bij het consultatiebureau?
De dokter zal je kind onderzoeken. Hij of zij kijkt bijvoorbeeld goed naar de keel, neus en oren, en naar de huid en nagels. De dokter voelt aan de lymfeklieren en luistert naar de longen.
Een ziektedagboek kan de dokter helpen om in te schatten of verder onderzoek nodig is. In het dagboekje houd je bij op welke dagen je kind welke klachten heeft.
Download het dakboekje via de knop onderaan deze pagina!
Verkoudheid is vervelend, maar dus meestal onschuldig. Zo kan je de klachten vaak zelf al verlichten:
- Verdun het dikke, taaie snot. Dit kan met een zoutoplossing. Die is veilig en mag vaak worden gebruikt. Een zoutoplossing koop je in de winkel in een spray of in druppelvorm. Of maak ‘m gewoon zelf! (Zie bij ‘Tip 3’ hoe.) Na gebruik gaat de neus open en kan je kind de neus makkelijker ophalen. Moet je kind hierbij hoesten? Dan loopt het snot in de keel en wordt de neus vrij van snot. Dat is dus niet erg. Let op: de neus ophalen is beter dan snuiten. Zo kan je een bloedneus voorkomen;
- Als je kind na zoutdruppels nog steeds niet door de neus kan ademen, kan je xylometazoline-neusspray gebruiken. Dit middel vind je in de winkel met 0,05% of 0,1% xylometazoline. Kies de variant die past bij de leeftijd van je kind. Je kind mag deze spray maximaal 3 keer per dag, 7 dagen lang gebruiken;
- Paracetamol helpt bij pijn of lamlendig zijn. Dit verlaagt ook de hoogte van de koorts;
- Laat je kind goed eten en drinken, soms wat vaker kleine beetjes;
- Zorg voor een rookvrije omgeving. Meeroken is slecht voor het neusslijmvlies en de longen van je kind. Hierdoor kan het vaker ziek en verkouden worden. Rook dus niet in huis én ook niet buiten bij je kind. Kinderen die geen rook in hun omgeving hebben, worden minder vaak ziek en hoesten korter;
Nee, verkouden zijn is niet bij elk kind even erg. En soms kan er toch iets aan de hand zijn met je kind. Als de klachten passen bij de leeftijd en het verloop is mild, is extra onderzoek niet nodig.
Als je kind vaker of ernstiger ziek is dan normaal voor de leeftijd, kijkt de dokter naar de volgende zaken:
Grote neusamandel
Soms kan je kind bij een verkoudheid niet goed door de neus ademen of komt er snot uit de neus. Dit kan komen door een grote of ontstoken neusamandel.
Deze kan vanzelf weer kleiner worden. Als de klachten langer duren dan 6 weken, ga dan naar de huisarts. Als de klachten nog langer aanhouden, gaat je kind meestal naar de KNO-arts. Die kijkt of het beter is als de neusamandel weg wordt gehaald;
Longprobleem
Denkt de dokter aan een longprobleem, dan wordt dit eerst verder uitgezocht. Soms geeft de dokter medicijnen die de longen beschermen. Bij oudere kinderen kan een astma-test worden gedaan. Heel soms maakt de dokter een longfoto. Zie ook de folders over astma en chronische hoest voor meer informatie daarover.
Onverwachte bacterie of virus
De dokter kan een neus-, keel- of sputumkweek (spuug dat je ophoest) afnemen. Daarin is te zien welk virus of welke bacterie je kind ziek maakt. Als de dokter onverwachte ziekteverwekkers tegenkomt, dan kan het zijn dat de weerstand van je kind niet goed werkt.
Probleem met de weerstand
Blijft je kind echt te vaak verkouden voor de leeftijd? Of bij verkoudheid te lang of ernstig ziek? Als het nog niet duidelijk is waarom, dan volgt vaak een bloedtest naar de weerstand van je kind.
Heeft je kind een afwijkende weerstand, dan zijn daar behandelingen voor. De dokter probeert daarbij het aantal infecties en klachten te verminderen of te voorkomen. Je kind krijgt dan bijvoorbeeld dagelijks antibiotica in een lage hoeveelheid. Dit noemen we ook wel antibioticaprofylaxe. Of je krijgt een ander vaccinatieschema voor je kind.
Het komt heel weinig voor, maar heel soms krijgen kinderen afweerstoffen toegediend. Bijna altijd kan je kind met een mindere weerstand gewoon naar school of naar de kinderopvang.
7 tips
Artsen geven 7 tips aan ouders en kinderen
Schrijf op wanneer je kind ziek is, welke klachten er zijn en hoelang die duren. Dit helpt bij het bezoek aan de dokter (zie vraag 4).
Download het dagboekje onder aan de pagina.
Goed slapen is belangrijk om te kunnen herstellen.
Zoutoplossing kan je in de winkel kopen. Maar zelf maken is veel goedkoper! Los daarvoor gewoon een snufje zout op in een kopje lauw water. Druppel dit met een pipetje in beide neusgaten van je kind, in liggende houding of met het hoofd naar achteren.
Als je rookt, vraag je huisarts dan om je te helpen bij het stoppen met roken. Bekijk ook de websites www.ikstop.nl of www.wequit.nl voor meer informatie.
Heeft je kind door vaak verkouden te zijn problemen in de spraak- en taalontwikkeling, met groeien, of op school? Geef dit aan op het consultatiebureau of bij de huisarts.
Door de handen van jezelf en van je kind goed te wassen, help je de verspreiding van virussen te voorkomen. Let hier extra op in de wintermaanden en in het griepseizoen.
Bezoek deze websites voor betrouwbare informatie:
- Mijn kind is verkouden van Thuisarts;
- De informatie over verkoudheid van de Keel-Neus en Oorheelkunde vereniging;
- Podcasts Chronische hoest en Astma van Kind bij de Dokter (QR in folder scannen)
- Informatie van het Tergooi MC: Je neus snuiten of ophalen?
- Informatie op LINDA.nl: Het grote loopneus-dossier | LINDA.nl
Folder
Een folder over dit onderwerp downloaden
Auteurs
Drs. Romy Ottens, ANIOS Kindergeneeskunde, CWZ Nijmegen
Dr. Mischa Koenen, AIOS Kindergeneeskunde, ETZ Tilburg
Dr. Lilly Verhagen, Kinderarts – infectioloog en immunoloog, Radboudumc Nijmegen
Dr. Sietse Nagelkerke, Kinderarts – infectioloog en immunoloog, Flevoziekenhuis, Almere
Dr. Liane Tan, KNO-arts, Tergooi MC
Drs. Carole Lasham, Kinderarts, Tergooi MC
Drs. Marianne Brouwer, Kinderarts-pulmonoloog, CWZ Nijmegen
Drs. Eva Vermeer, Arts-onderzoeker kinder-MDL, Amsterdam UMC
Dr. Gerdine Kamp, Kinderarts, Tergooi MC
Redactie
Femke Noordink, Moving Stories
Vormgeving en illustraties
Drs. Julia Groenveld, arts-onderzoeker Heelkunde, Sint Antonius Ziekenhuis
Drs. Moniek Veldhuis, kinderarts in opleiding, Amsterdam UMC (@MoniekLegtUit)


